Piet Kaptein’s Cultuurmix

01-05-2017

IK OVERLEEFDE DE HOLOCAUST

 

Een navrant relaas uit het leven gegrepen heb ik voor u, dat in de komende dagen van mei en lang daarna tot ons genomen moet worden. Een verbijsterend verslag leg ik voor u neer dat verhaal doet van het leed de Joden door de nazi’s aangedaan. Een bericht uit de Holocaust uit de eerste hand, daar gaat het om. Het gaat om de 182 bladzijden tellende, van authentieke familiefoto’s voorziene paperback Ik overleefde de Holocaust van Nanette Konig-Blitz en van uitgeverij Prometheus. Ik zeg u waarom dit boek mij op het lijf geschreven: het bevat aantekeningen over de ontmoetingen die de ‘ik’ met Anne Frank in Amsterdam en Bergen-Belsen mocht hebben. Sinds ik Annes dagboek Het Achterhuis voor het eindexamen Nederlands van de HBS tot mij genomen heb, ben ik in ban van dit persoonlijke oorlogsbericht. Ik herlas de brieven aan de fictieve vriendin Kitty, ik zag het toneelstuk en de verfilming The Diary of Anne Frank, ik zag de Nederlandse versie van het toneelstuk op de S.R.O.I. - kazerne in Ermelo, ik legde fragmenten uit het dagboek aan mijn leerlingen op De Lage Waard voor, ik vroeg op de mondelinge examens naar hun ervaringen als lezer, ik citeerde tijdens weekopeningen op school uit het dagboek en ik bezocht met de lui van havo en atheneum het Anne Frank Huis aan de Prinsengracht. En ik las door de jaren heen alle boeken die mijn ontmoeting met Anne Frank zouden verbreden en verdiepen. Ik droeg Anne in mij mee.

U kunt zich voorstellen dat ik in een fascinatie belandde toen ik de aankondiging van het bestaan van Ik overleefde de Holocaust in mijn dagblad las. Ik haalde meteen uit mijn bewaarmap een krantenknipsel met daarop een interview onder kopje ‘Dat wij elkaar herkenden. Wij twee skeletten’ dat Nina Jurna april vorig jaar voor de NRC met Nanette Konig-Blitz had. Ik geef het gesprek integraal aan u door, opdat wij de volgende keer hier een barre tocht door het bericht  van overleven met elkaar kunnen maken. Voor het gesprek reik ik u eerst de tekst op de omslag aan. Wij leven in 2017, decennia na de rampspoed van de Tweede Wereldoorlog. Wij mogen ons gezegend prijzen dat een van de overlevenden uit de Shoah nog onder ons is en haar verhaal aan ons wilde vertellen.

De omslag: ‘Pas op haar zeventigste is Nanette Konig-Blitz, nu 88 jaar, gaan praten over de oorlog. De Jodenvervolging, de kampen, haar vriendschap met Anne Frank, tot haar laatste dagen. Ze overleefde een jaar in Westerbork en nog eens twee jaar in Bergen-Belsen. Na de oorlog verhuisde ze naar Brazilië om niet meer terug te keren. Ik overleefde de Holocaust is het schrijnende verhaal van de jeugdvriendin van Anne Frank en de laatste persoon die haar in levenden lijve zag. Doorgewinterde oorlogskenners, bekend met alle mogelijke verschrikkingen, lazen in tranen wat zij heeft moeten meemaken. In een dagelijks gevecht om te overleven moest Nanette het ondraaglijke doorstaan. Met haar zowel gevoelige als rauwe relaas onderzoekt zij het menselijk vermogen tot mededogen en wijst zij de wereld op de noodzaak van verdraagzaamheid. Nanette Konig-Blitz (1929) groeide op in Amsterdam. Zij zat met Anne Frank in de klas. In 1943 werd zij met haar familie naar Westerbork gestuurd en in 1944 naar Bergen-Belsen, waar zij Anne Frank en haar zusje Margot voor het laatst zag. Na de oorlog verhuisde Nanette naar Brazilië en daar woont zij nog steeds met haar man John Konig. Ze geeft nog altijd lezingen over de oorlog.’

Nina Jurna: “Dat paspoort moet ik hebben, waarom kan ik dat ding nu niet vinden?” Nanette König-Blitz (87) doorzoekt een grote zwarte map met oude brieven, ansichtkaarten en notities. Haar vingers gaan door vergeelde documenten waarin in een keurig schuin handschrift wordt geïnformeerd naar verdwenen familieleden. Ze bestudeert vluchtig een postkaart. Door de uitgelopen inkt is nog net een adres in Amsterdam te lezen. Ze buigt zich over een envelop met een postzegel van Adolf Hitler, verzonden uit het concentratiekamp Bergen-Belsen. Nanette König-Blitz is geïrriteerd. Waar is haar oude paspoort? „Mijn vader had dat paspoort geregeld omdat wij op de zogenoemde Palestinalijst waren geplaatst. Dat was een lijst voor een groep joden die geruild zou worden tegen Duitse krijgsgevangenen in Palestina. Mijn vader probeerde van alles om ons uit handen van de Duitsers te redden. Mijn moeder was geboren in Zuid-Afrika en hij was eerder al bezig geweest om haar geboortebewijs vanuit Afrika naar Nederland te krijgen in de hoop daarmee de Duitsers wijs te maken dat ze niet joods was.” Ze legt de map weg. Eerst koffie. Terwijl ze inschenkt, moppert ze over de politieke situatie in Brazilië. Sinds ze in 1950 met haar Hongaars-joodse echtgenoot hiernaartoe emigreerde, is dit haar land. Nanette König-Blitz draagt een roze blouse, parelmoeren ketting, rode lippenstift. Na 66 jaar in Brazilië spreekt ze nog steeds accentloos en bijna deftig Nederlands, zoals alleen de leden van het koningshuis dat nog doen. Vol energie vertelt ze over haar leven. Hoe ze opgroeide in een joods gezin in het Amsterdam-Zuid van de jaren dertig, als dochter van een bankdirecteur. „Mijn vader zei altijd: ik ben directeur van een bank, en ik ben jood, dat kan dus. Daar pronkte hij dan mee, een rasoptimist was hij. Zelfs toen duidelijk werd dat we niet gered zouden worden, geloofde hij nog dat het zou lukken.” Opnieuw rommelt ze in haar papieren en door oude schoolfoto’s. Nanette als tiener in de schoolbanken. Het haar strak in een scheiding, de armen keurig over elkaar gevouwen. „Ik was elf toen de oorlog uitbrak. Joodse kinderen moesten van de Duitsers verplicht naar aparte scholen en dus werd ik overgeplaatst naar het Joods Lyceum. Daar kwam ik in de klas bij Anne Frank.”

Waren Anne Frank en u goed bevriend? „We waren klasgenoten. Ook bevriend, maar geen hartsvriendinnen. Anne beklaagde zich in haar dagboek zelfs over mij. Ik kletste te veel, schreef ze.” Ze schiet ervan in de lach. „Anne was veel verder dan ik was. Ze was enorm intelligent, viel op, en ze was al geïnteresseerd in jongens, terwijl ik me daar toen nog helemaal niet mee bezighield. Ik werd wel uitgenodigd voor haar dertiende verjaardag. Haar vader Otto draaide toen een speelfilm, op zo’n oude projector, wat een sensatie was dat! Het dagboek heeft ze op die verjaardag gekregen. Het lag op een tafeltje, herinner ik me. Schrijven kon ze, en dat wilde ze ook, schrijfster worden. Dat wist ze toen al.” Wist u later dat ze ondergedoken zat? „Nee, dat wist ik niet. Niemand wist dat. Onze klas was wel heel hecht. We leefden in een bijzondere tijd, en dat realiseerden we ons maar al te goed. Daar ontkwamen we ook niet aan. Stel je voor, in het eerste jaar zaten er dertig kinderen in de klas, een jaar later nog geen zestien. De een na de ander verdween. Opgepakt door de Duitsers, ondergedoken of afgevoerd naar de kampen. De klas werd steeds leger, de lessen steeds stiller.”

In 1943 wordt Nanette met haar familie eerst naar Westerbork getransporteerd en later naar Bergen-Belsen. Haar vader overlijdt door uitputting aan een hartinfarct, haar moeder en broertje worden naar andere kampen gebracht. De herinneringen aan Bergen-Belsen beschreef Nanette onlangs in haar boek. Ik overleefde de Holocaust, geschreven in het Portugees, is uitgegeven in Brazilië. Ze beschrijft haar herinneringen aan de gruwelen van het kamp. Over Josef Kramer, de wrede kampcommandant met als bijnaam ‘het beest van Bergen-Belsen’. Over de keer dat ze uit de rij werd gehaald tijdens het appèl en doodsangsten uitstond. Ze beschrijft de geluiden ’s nachts in de barakken. Jammerende, stervende mensen. En over die keer dat ze door het prikkeldraad in het naastgelegen grotere vrouwenkamp keek en ineens een oude klasgenoot herkende. Het was Anne Frank. U zag elkaar in het concentratiekamp? „Ja, het was ongelofelijk. Er waren twee vrouwenkampen naast elkaar. Daartussen zat prikkeldraad. Ineens zag ik hen beiden lopen, Anne en haar oudere zus Margot. Anne was zwaar vermagerd, zat onder de luizen en ze had een deken om zich heen. Nog steeds denk ik: hoe is het mogelijk dat we elkaar herkenden. Wij, twee skeletten. Niet meer dan dertig kilo wogen we. „Ik ben onder het prikkeldraad door gekropen en stiekem naar haar toe gegaan. Anne vertelde hoe haar leven was gelopen. Hoe ze waren ondergedoken en verraden, en over Auschwitz waar ze vóór Bergen-Belsen had gezeten. Ook vertelde ze over haar dagboek. Ze wilde dat gebruiken als bron voor een roman. Het was nooit haar idee om het dagboek uit te brengen.”

De ontmoetingen met Anne Frank in Bergen-Belsen gingen door, tot aan Annes overlijden. De twee klasgenoten praatten veel. „We hadden het dan over ‘later’. Ondanks onze situatie waren we ook vooral jonge meiden die dromen hadden en fantaseerden over de toekomst. Anne werd ziek, ze kreeg tyfus. Ik was er niet bij toen ze overleed, ik hoorde het pas een paar dagen later.”
Ze is even stil. In haar ruime vrijstaande woning, midden in de metropool Sao Paulo, verwijzen de spullen naar haar wortels. Een Hollandse molen, een menora: de zevenarmige Joodse kandelaar. In de boekenkast literatuur over Jeruzalem, over de geschiedenis van de Nederlanders in Brazilië en een kunstboek met werk van Gustav Klimt.
„Kijk hier, een brief van Otto Frank, Annes vader, van oktober 1945, na de oorlog. Hij informeert naar mijn ontmoeting met Anne en Margot in Bergen-Belsen.” Hardop leest ze: „‘Heb je hen ook nog de laatsten tijd gezien, toen zij ziek werden? Ik zou hierover gaarne iets nader van je vernemen’.” Aan de achterkant in een kleiner plastic mapje valt haar oog nu op het vermiste paspoort. „Ach hier! Zie je, met een stempel uit 1942. Maar helaas zijn we nooit geruild voor Duitse krijgsgevangenen.”
Als de Engelsen Bergen-Belsen bevrijden heeft ook Nanette tyfus, ze wordt per vliegtuig naar Nederland vervoerd. Drie jaar lang blijft ze in een sanatorium, daarna gaat ze naar opgespoorde familie van haar moeder, in Engeland. Daar leert ze haar man kennen, die met zijn familie uit Hongarije is gevlucht en in Brazilië een nieuw leven wil opbouwen. Nanette gaat mee. Jarenlang staat haar leven in dienst van het gezin. „Ik was zeventig en toen begon het. De oorlog, het verleden, het moest eruit. Ik wilde erover praten. Toen ik na de oorlog naar Engeland ging, zei mijn familie daar: praat niet over de oorlog, dan gaat het vanzelf weg. Maar zo werkt het niet. Al jaren praat ik er nu over. Ik ga naar scholen in Brazilië, naar buurthuizen, de wijken in. Ik vertel over wat ik heb meegemaakt, over Anne Frank en haar dagboek. De Tweede Wereldoorlog zegt Braziliaanse jongeren niets. Maar wat ze wel begrijpen is uitsluiting, want dat is waar het verhaal van de Jodenvervolging over gaat. We werden vergast omdat we uitgesloten werden, als minder werden gezien.”
Ze pakt haar Jodenster uit een stoffen zakje en houdt hem plat tegen haar borst. „Kijk, en dan moesten we die zo dragen.” Het geel van de ster vloekt tegen de roze glimmende blouse.

„Als ik de sloppenwijken in trek en over de oorlog en de kampen vertel, voel ik veel meer aansluiting met de mensen daar, dan wanneer ik het aan de rijken vertel. Bewoners van de favela’s weten wat uitsluiting is, ze maken het iedere dag mee. Ze worden buitengesloten omdat ze zwart zijn, of uit het achtergestelde noordoosten komen, of puur omdat ze arm zijn. Zíj begrijpen de Jodenvervolging veel beter dan de elite.” Zelfs nu nog, op haar 87ste, reist Nanette König-Blitz door heel Brazilië. Omdat het haar plicht is, vindt ze. Met afgrijzen volgt ze de gebeurtenissen in Nederland. „Wat er daar met de islamieten gebeurt, lijkt op wat wij Joden hebben meegemaakt. Je wordt in een hoek gedrukt en geïsoleerd. Mensen weten ook zo weinig. Wat weten ze nou over elkaar of over elkaars cultuur of religie? Het Jodendom ligt aan de basis van het christendom en de islam, maar mensen zijn zo onwetend, en ongeïnteresseerd. Ze vragen nooit: hé, wie ben jij eigenlijk, hoe zit jouw cultuur in elkaar? Mensen leren niets, helemaal niets van het verleden.” De map gaat dicht, haar boek terug in de kast. Binnenkort reist Nanette Blitz-König er helemaal mee naar Colombia om ook daar over de Holocaust te vertellen. Ze voelt zich ook de stem van de mensen die het niet meer kunnen navertellen. Of ze het wil of niet, ze moet blijven praten. Want uiteindelijk is ze toch ook maar een „toevallige overlevende”.

IK OVERLEEFDE DE HOLOCAUST

HET VERBODEN BOEK

 

Ik leg voor u op de leestafel een indringend, horizonverleggend, toegankelijk, doorwrocht, gedocumenteerd, in historie gedrenkt doch actueel boek  over een boek waarvan het beter was geweest dat het nooit geschreven en gepubliceerd zou zijn. Het gaat om de 288 bladzijden tellende paperback Het verboden boek van historicus Ewoud Kieft en van uitgeverij Atlas Contact met de ondertitel ‘’Mein Kampf’ en de aantrekkingskracht van het nazisme’. Met de komende dagen in mei van gedenken in het verschiet en in het geheugen de lijst van de CPNB ’10 boeken die ooit verboden waren (maar nu niet meer)’ komt dit werk als geroepen.
Om met het laatste te beginnen: in het Boekenweekmagazine van een paar weken staat de short list als typering van slogan 2017 Verboden vruchten. Ik citeer: Milan Kundera De ondraaglijkheid van het bestaan, Jan Cremer Ik Jan Cremer, Han Aalberse De liefde van Rob en Daphne, Vladimir Nabokov Lolita, Willem Frederik Hermans De tranen der acacia’sMijn Kamp Adolf Hitler’, Lodewijk van Deyssel Een liefde, Gustave Flaubert Madame Bovary, Markies de Sade De 120 dagen van Sodom en Erasmus Lof der Zotheid. Onder de vermelding van Hitlers boek staat o.a. dat het ongetwijfeld het bekendste verboden boek is, dat het bezit van deze autobiografie zou aanzetten tot haat en dat het auteursrecht vorig jaar vervallen is. De redenen dat het tiental boeken de schandvlek toebedeeld zijn uiteenlopend. Dat de denkbeelden die Hitler aanhing en propageerde niet gebagatelliseerd of gedemoniseerd mogen worden is volgens auteur Ewoud Kieft de aanzet geweest tot het schrijven van zijn Het verboden boek. Dat ik zelf Mein Kampf tot taboe verklaard heb is te wijten aan hei idee dat ik van anderen gehoord heb: het is naar vorm en inhoud een slecht boek. Dat vele Duitsers in de jaren twintig, dertig en veertig toch het boek voor vol aanzagen, die gedachte schoof ik terzijde.  In de Inleiding zet hij zijn motivatie uiteen en ga ik u aanreiken.

Maar eerst nog dit: Kieft hebben wij in onze Cultuurmix al met instemming begroet. Wat waren u en ik goed te spreken over diens Het plagiaatOorlogsmythenOorlogsenthousiasme en Europa 1900-1918! Om de eerste introductie volledig te maken geef ik ook de tekst van de uitgever op de omslag.

Atlas Contact: Mein Kampf: velen hebben er een mening over, vrijwel niemand heeft het gelezen. Sinds het boek in januari 2016 opnieuw in Duitsland verscheen, nadat het zeventig jaar verboden was geweest, is het debat over Mein Kampf weer in volle gang, ook in Nederland. Is het een goed idee om het opnieuw uit te geven, of is het gevaarlijk om Hitlers denkbeelden te verspreiden? En is Mein Kampf überhaupt de moeite van het lezen waard of is het niets meer dan het haatdragend geraaskal van een psychopaat? Door onverwachte gebeurtenissen raakte schrijver en historicus Ewoud Kieft verstrikt in wat ooit de bijbel van het nationaalsocialisme was. Hij besloot Mein Kampf minutieus door te spitten, telkens met de vraag in het achterhoofd: waarom hebben miljoenen Europeanen zich hierdoor aangetrokken gevoeld? De sleutel bleek te liggen in de rechtszaak die in 1924 tegen Hitler werd gehouden en die zijn doorbraak als politicus betekende. In zijn beeldende vertelstijl mengt Kieft scènes uit het spectaculaire Hitler-proces met beschouwingen over de aantrekkingskracht van de ideeën in Mein Kampf – tot op de dag van vandaag –, waarbij hij de confrontatie niet uit de weg gaat.’

Ewoud Kieft:’ De belangrijkste reden waarom ik op de uitnodiging van het NIOD was ingegaan en nu weer in de oude directeurskamer zat, was eigenlijk ergernis, bezorgdheid ook wel, die ik al jaren voel over de krampachtige manier waarop in Nederland met de Tweede Wereldoorlog wordt omgegaan. We raken er niet over uitgepraat en -gelezen, velen verwijzen ernaar als ze hun moreel gelijk willen halen, maar de grote vraag wordt meestal ontweken: hoe konden zoveel mensen zich laten meeslepen door een ideologie die we nu, achteraf, met z’n allen even weerzinwekkend als stompzinnig vinden? Want feit is dat het nationaalsocialisme tijdens de jaren dertig miljoenen Europeanen aantrok – in de Duitse Rijksdagverkiezingen van juli 1932 haalde de NSDAP 37,3 procent van de stemmen. En die mensen waren echt niet allemaal ontoerekeningsvatbaar. Ze lijken waarschijnlijk meer op ons dan we onder ogen willen zien. Zelfs in de studies van vakhistorici heeft de nadruk lang op de uitzonderlijkheid van het nazisme gelegen, werd de nazi-ideologie afgeschilderd als een tijdelijke oprisping vanuit de onderbuik die niets met de westerse beschaving te maken had, of het gevolg van een unieke ontwikkeling die alleen Duitsland had doorgemaakt en de rest van de wereld niet – de theorie van de ‘Sonderweg’, die Daniel Goldhagen tot in het absurde doorvoerde in zijn bestseller ‘Hitlers gewillige beulen’. De ontwikkeling die de Nederlandse geschiedschrijving van de Tweede Wereldoorlog doormaakte, weerspiegelt de algehele maatschappelijke worsteling met het naziverleden: de verzetsverheerlijking tijdens de jaren vijftig, de nadruk op schuld en slachtofferschap vanaf de jaren zestig, de poging tot een zakelijke benadering in de jaren tachtig en negentig en het nivellerende geluid van de jaren tweeduizend: eigenlijk was iedereen slachtoffer van de omstandigheden geweest.

De achterliggende boodschap bleef hetzelfde, in Nederland, in Duitsland, in de rest van de westerse wereld: het nazisme, dat is ons wezensvreemd, daar kan niemand met zijn volle verstand een aanhanger van zijn geweest. Dat is niet onze geschiedenis. Dat is de geschiedenis van de anderen. En zo is de Tweede Wereldoorlog meer een symbool dan geschiedenis geworden, een moreel ijkpunt dat we hard nodig hebben om ons denken over vrijheid, democratie en tolerantie gewicht te geven, een herdenkingsritueel dat langzaam maar zeker dreigt te worden uitgehold, omdat het hand in hand gaat met eenzelfde soort wij-zij-denken waar het zich zo plechtig tegen beweert te verzetten: ‘wij’, het weldenkende, beschaafde deel van de mensheid, dat zich nooit door oorlogsretoriek, nationalisme of xenofobie zou laten meeslepen, tegenover ‘zij’, de barbaren, de irrationelen, bij wie het geen zin heeft te proberen hun motieven te achterhalen, omdat die niet te begrijpen zíjn, want het zijn altijd door haat verblinde nazi’s, gefrustreerde fanatici of laffe meelopers. Hoe onproductief die houding is, wordt elke keer weer duidelijk als de discussie over Mein Kampf gaat. Dat gebeurde al in 1974, toen een kleine uitgeverij in Ridderkerk het plan opvatte om het boek in fascimile-uitgave beschikbaar te maken, naar eigen zeggen met het doel ‘antwoord te vinden op de vraag hoe het in godsnaam allemaal mogelijk is geweest’. Maar alleen al de suggestie dat Hitlers boek ‘van historisch belang’ zou zijn, stuitte mensen tegen de borst.

Boekhandelaren namen op verontwaardigde toon afstand van het initiatief. Kort daarna nam de politie de achthonderd exemplaren die de uitgeverij nog op voorraad had in beslag. En zo laaide om de paar jaar de discussie weer op. In de jaren tachtig leidde dat tot de uitspraak van de Hoge Raad die ik al noemde. In de jaren negentig nuanceerde toenmalig minister van Justitie Winnie Sorgdrager het verspreidingsverbod door toe te voegen dat een wetenschappelijke editie waarin de onderzoekers expliciet afstand van de tekst zouden nemen, niet onder het haatzaaiartikel zou vallen. Maar de historici die toen de dienst uitmaakten, voelden zich allerminst tot de taak geroepen. De woordvoerder van het NIOD verklaarde in 1997 tegenover de Volkskrant: ‘Ik kan me absoluut niets voorstellen bij een wetenschappelijke heruitgave van Mein Kampf. Ook niet dat die zou bijdragen aan kennis over het nationaalsocialisme en de Tweede Wereldoorlog. Het instituut zal er dan ook niet aan meewerken. We hebben andere prioriteiten. Mein Kampf is een warboel, filosofische rimram.’ Bagatelliseren of demoniseren, dat zijn de twee makkelijkste manieren om de confrontatie met Hitlers denkbeelden uit de weg te gaan. Hoe vaak heb ik historici niet schamper horen zeggen dat Mein Kampf een dom en onleesbaar boek is, de onsamenhangende gedachtebrij van een paranoïde gek – ongeveer net zo vaak als ik mensen onheilspellend heb horen beweren dat Mein Kampf onbeheersbare onderbuikgevoelens kan losmaken. Hoe dan ook, de boodschap is telkens hetzelfde: voor ons, weldenkende mensen, is dat allemaal onbegrijpelijk.

De Duitse politicologe Barbara Zehnpfennig verklaarde deze houding als een verdedigingsmechanisme, vaak onbewust ingezet om Hitler op afstand te houden: ‘Als het denken van Hitler geen analyse waard is, hoeft men het ook niet op zijn eigen handelen te betrekken. Dat handelen als zodanig ligt dan daadwerkelijk buiten ieders begrip, het is op die manier in het beste geval psychopathologisch op te vatten. Banaliseren en demoniseren zijn beide middelen om Hitler op afstand te houden. Wat niet rationeel te begrijpen valt, moet je niet serieus nemen. Hitler: dat is het volstrekt andere – het heeft niets met mij te maken.’ Dat verklaart ook waarom een vergelijking met Hitler meestal niet bijdraagt aan een vruchtbare discussie, maar er het einde van inluidt. Het naziverleden dient vaker als scheldwoord dan als referentiepunt om ons eigen denken en handelen beter te begrijpen. ‘De wet van Godwin’, heet het op de internetfora: als een discussie maar lang en verhit genoeg wordt gevoerd, wordt de kans groter dat iemand met een nazivergelijking komt en de kans op een constructieve gedachtewisseling is verkeken.’
 

HET VERBODEN BOEK

HET GROTE VOC BOEK

 

Een pracht van een plaatwerk, een grandioze blik in de vaderlandse geschiedenis, een enerverende tocht over de aardbol, een gul verhaal over onze ondernemende voorouders, een onthullend bericht over  hun bij tijd en wijle kwalijke praktijken heb ik voor u. Een streling van het gemoed, een gave voor de geest, een lust voor het oog is het kijk- en leesboek. Het gaat om de 206 grote bladzijden tellende, van meet tot finish schitterend geïllustreerde hardcover Het Grote VOC Boek onder redactie van Ron Guleij en Gerrit Knaap en een uitgave van WBOOKS. Op mijn exemplaar prijkt de sympathieke annonce dat tot en met 24 mei het illustere werk voor vijf cent minder dan dertig euro als introductieprijs te koop is, na die ‘fatale’ datum dient u vijf euro meer neer te leggen. Inmiddels is er in no time al een tweede druk van dit kostelijke boek noodzakelijk geworden! Om u de opzet, de veelzijdigheid, de grondigheid en de toegankelijkheid van Het Grote VOC Boek aan te tonen geef ik de titels van de elf hoofdstukken die de ups en downs van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (1602-1799) verwoorden en verbeelden. Voorcompagnieën, De Verenigde Oost-Indische Compagnie, Zuid-Afrika: Kaap de Goede Hoop, Midden-Oosten: de Rode Zee en de Perzische Golf, Navigatie en cartografie, Ceylon en Malabar, India: Coromandel en Bengalen, Indonesië en Maleisië, Japan, China, Het leven aan boord. Inleiding en Zelf op zoek in de VOC- archieven completeren de stukken. Met uiteraard de talloze afbeeldingen in kleur. Ik had het over een enerverende tocht over de aardbol, die het grote en grootse boek levert. U begrijpt mij nu en u weet dat het boek bestaat en op u wacht!
Op de site van Historiek, waaraan u en ik in onze Cultuurmix zo schatplichtig zijn, las ik eind februari de recensie van Enne Koops over dit VOC-boek. Ik geef die onverkort aan u door als bagage voor de tintelende tocht die wij erdoorheen later hier gaan maken. 

Ik citeer: ‘In het Nationaal Archief in Den Haag ligt het omvangrijke, 4500 meter strekkende archief van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC), dat recentelijk volledig gedigitaliseerd is. Om deze reden is bij Uitgeverij WBooks Het Grote VOC Boek verschenen. Het boek, dat onder redactie staat van Ron Guleij en Gerrit Knaap, neemt de lezer vanuit de Nederlanden mee naar het complete VOC-octrooigebied van de zeventiende eeuw en achttiende eeuw. Opbouw en thematiek Het boek bestaat uit in totaal elf hoofdstukken die de lezer meenemen op een VOC-reis door alle gebieden waar deze eerste multinational actief was. Zo voert het boek onder meer naar Zuid-Afrika (specifiek Kaap de Goede Hoop), het Midden-Oosten, Ceylon, India, Indonesië, Maleisië, maar ook naar Japan en China. Naast zeven geografische hoofdstukken, bevat Het Grote VOC Boek vier hoofdstukken die kernthema’s behandelen als de ‘voorcompagnieën’ (de organisatorische voorlopers van de VOC), de VOC als bedrijf, cartografie & navigatie, en het gevaarlijke leven aan boord van de schepen, waar vaak scheurbuik heerste maar ook stormen en kapers levensbedreigend konden zijn.

In het geheel genomen is Het Grote VOC Boek zowel inhoudelijk als visueel rijkgeschakeerd. De redacteuren schetsen een compleet en goed gedocumenteerd beeld van de Verenigde Oost-Indische Compagnie. De talloze prenten, illustraties, tekeningen en gescande documenten maken het boek tot een prachtdocument waar je niet snel op uitgekeken raakt. Erg fijn is dat de redacteuren de VOC-geschiedenis een écht menselijk perspectief geven door het tiental portretten van VOC-kopstukken dat in het boek is opgenomen. Deze portretten zijn met name geschreven door de gastauteurs Nelleke Noordervliet en Ramsey Nasr. Zij, en enkele andere auteurs, lichten onder meer personen uit als Petrus Plancius, Johan van Oldenbarnevelt, Willem Barentsz, Isaäc le Maire en Jan Pieterszoon Coen.

In deze bespreking licht ik een drietal thema’s toe via het weergeven van enkele passages uit ‘Het Grote VOC Boek’. Achtereenvolgens gaan we in op de VOC als organisatie, het fenomeen van de vrouwelijke VOC-opvarenden en ten slotte het leven aan boord van VOC-schepen tijdens de reizen naar Nederlands-Indië. De VOC als bedrijf (1) Officieel werd de Verenigde Oost-Indische Compagnie opgericht op 20 maart 1602. Deze datum markeert het begin van een unieke organisatie, die niet alleen de eerste multinational ter wereld werd, maar ook het eerste internationale bedrijf dat werkte met aandelen. Op aandringen van Johan van Oldenbarnevelt en prins Maurits gingen de zogenoemde ‘voorcompagnieën’ uit Zeeland en Holland vanaf genoemde datum in de VOC samenwerken. De Staten-Generaal verleenden de VOC een octrooi, die de organisatie in eerste instantie voor twintig jaar het alleenrecht op de handel van de Republiek in de regio van Kaap de Goede Hoop tot de Straat van Magellanes, kortom: in het gebied van de Indische Oceaan en Stille Oceaan.
Over de organisatie van de VOC schrijven de auteurs: “De organisatie van de VOC in de Republiek was met zes kamers decentraal. De verdeling van de activiteiten, zoals de bouw en uitrusting van schepen of de in- en verkoop van goederen, werd nauwkeurig vastgelegd: Amsterdam de helft, Zeeland een kwart en de overige kamers ieders een zestiende.” Twee- of driemaal per jaar vergaderden afgevaardigden van de zes kamers, te Amsterdam of Middelburg. Naar het getal van de deelnemers, zeventien in totaal, werd deze instantie – die het beleid van de VOC bepaalde – de Heren Zeventien genoemd:
“Daarin hadden acht Amsterdamse vertegenwoordigers, vier Zeeuwse en één uit elk der kleine kamers zitting. Het zeventiende lid werd bij toerbeurt door Zeeland of één der kleinere kamers geleverd.” Aanvankelijk, in de jaren 1602-1605, vielen de financiële resultaten van de Verenigde Oost-Indische Compagnie zwaar tegen. Dit had te maken met de investeringskosten kort na de oprichting en de (aanvankelijke) opdracht van de schepen om de Portugezen in Azië aan te vallen waar mogelijk. Pas in 1610 kon de VOC de eerste aandeelhouders een deel van de winst uitbetalen, grotendeels in natura: foelie en peper. Vrouwen aan boord (2) VOC-schip Amsterdam (Foto: Eddo Hartmann)Met enige regelmaat kwam het in de zeventiende en achttiende eeuw voor dat vrouwen zich verkleedden als man. Ze voeren dan als matroos stiekem mee op VOC-schepen. Uit de literatuur zijn minstens 150 van dit soort gevallen bekend.
In Het Grote VOC Boek maken we kennis met een van deze dames, namelijk Maria Catharina Steyn uit Amsterdam, die later in een gedicht bezongen zou worden onder de naam ‘Anna Katryn’. Het gedicht is opgenomen in de bundel De Nederlandse poëzie van de 17de tot en met de 18de eeuw in 1000 en enige gedichten van Gerrit Komrij uit 1986, maar kunt u ook in het geheel in dit boek lezen.

Het openingsvers luidt als volgt: Wat hoord men niet al vreemde dingen Een Dienstmaegd hier uit Amsterdam […] Nam dienst voor een Matroos op heden En weer op ’t schip voor een Zoldaet.” Tijdens de reis op zee kreeg ‘Anna Katryn’ een relatie met korporaal Johannes Marcus van Wijthoven. De affaire liep niet goed af voor beide minnaars. Zo lezen we:
“Op 15 oktober 1762 wordt Anna echter ontmaskerd door de bemanning. Volgens een aantekening in het scheepssoldijboek raakt zij op 1 januari 1763, twee en een halve maand later dus, vermist. Een dag later is ook haar vriend verdwenen. Vermoedelijk hebben zij een liefdessprong in de diepe zee gemaakt.” Het leven op VOC-schepen (3) Varen voor de VOC was weinig aantrekkelijk. De bemanning voor de VOC-schepen werd vaak geronseld in louche cafés en herbergen, een fenomeen waar de uitdrukking ‘in de aap gelogeerd zijn’ vermoedelijk vandaan komt.’

HET GROTE VOC BOEK

WERKEN VOOR DE MEI (VAKANTIE)DAGEN


Velen van u genieten van vrijaf in de zogenoemde meivakantie. Om die periode (nog) zonniger te maken reik ik de tekst van de omslag van een vijftal boeken aan die met elkaar gemeen hebben dat ze echt toedoen. Het thema kunt u achterhalen zodat u kunt traceren of het onderhavige boek van uw gading is. In het verdere verloop van de maand mei wisselen wij hier onze leeservaringen met elkaar uit. Mijn devies voor u is: heerlijk lui liggen lezen. Deze slogan geldt ook hen die pas na hun dagelijkse klus vrijaf zijn! Hier volgen titel, auteur, ondertitel of genre en uitgever van een tiental boeken die er echt toe doen.

1) Geen stijl of lange tenen? – Marleen de Vries – Wat de achttiende eeuw ons leert over fatsoen - Vantilt
Het debat over vrijheid van meningsuiting wordt al jaren intensief gevoerd. Maar waar liggen de grenzen van die vrijheid? We komen er nog niet uit. De frustraties die dat oplevert zijn verre van nieuw. In de 18e eeuw veranderden de samenleving en de media net zo snel als nu: nieuwe platforms als tijdschriften, genootschappen en koffiehuizen zorgden voor maatschappelijke onrust. Ze hadden een enorme aantrekkingskracht op woedende, revolutionaire burgers. Om de samenleving leefbaar en het debat controleerbaar te houden, introduceerden letterkundigen een nieuw, door historici veronachtzaamd begrip: ‘fatsoen’. Dit essay verkent de parallellen tussen toen en nu en laat zien dat we in het krijt staan bij de Verlichting.




2) Sovjetistan – Erika Fatland – Een reis door Turkmenistan, Kazachstan, Tadzjikistan, Kirgistan, en Oezbekistan – De Geus
Turkmenistan, Kazachstan, Tadzjikistan, Kirgistan, Oezbekistan. De jonge antropologe en schrijfster Erika Fatland trok door deze fascinerende en voor ons zo onbekende landen van Centraal-Azië. Ze trof er markante dorpelingen, oude tradities als de adelaarsjacht, de zijdecultuur en bruidroof, maar zag ook hypermoderne steden van marmer en glas en een bloeiende olie-industrie. En dan waren er nog de talloze sporen van de Sovjetoverheersing. Zullen deze landen die periode ooit te boven komen? Sovjetistan is een ongewoon en onvergetelijk reisverslag.





3) Toevalsdieren – Van Roessel & Van Vlijmen – Handboek – De Harmonie
Elke dag passeren we vele toevalsdieren zonder deze op te merken. Dat komt soms door bijziendheid, soms door gebrek aan fantasie, maar zeker ook doordat men simpelweg niet van het bestaan van deze dieren afweet. Toevalsdieren helpt u een handje en laat u kennismaken met fascinerende wezens als de bonsailifant, de peuling en de loopsvogel. Alle feiten worden in dit naslagwerk op overzichtelijke wijze aan u gepresenteerd, inclusief juicy details en bonusweetjes. Na het lezen van dit boek is uw wereld niet meer hetzelfde. Deze lijkt nu twintig keer zo groot te zijn en u zult op elk detail letten. Hierdoor komt u wellicht vaker te laat op afspraken, maar wacht: u leeft intenser, oplettender en krachtiger dan ooit tevoren. En nu hup het veld in! Toevalsdieren spotten! Toevalsdieren doken regelmatig op op de achterpagina van de Volkskrant.

4) Het Liegend Konijn – Jozef Deleu – Tijdschrift voor hedendaagse poëzie – Polis
Het Liegend Konijn brengt twee keer per jaar, in april en oktober, een gevarieerd beeld van de actuele poëzie. Ieder nummer bevat nieuwe, niet eerder gepubliceerde gedichten van telkens een dertigtal dichters: uit het nest geroofd. Meer dan driehonderd dichters hebben in de voorbije dertien jaar aan het tijdschrift meegewerkt. Ze vormen een bont gezelschap van jonge debutanten, rijpe poëten en oude meesters. Diversiteit en respect voor uiteenlopende poëtica's liggen aan de basis van een unieke mix. Ieder nummer is een kleurrijke waaier van onze hedendaagse poëzie.






5) New York – Reisgids – ANWB
Ontdek New York met de compleet vernieuwde reisgids ANWB Extra New York! De eindeloze optocht van extravagant geklede dames op Fifth Avenue, de straatventers met exotische waar in Chinatown, de muzikanten op Washington Square en de straatfeesten in Harlem. Al deze ingrediënten maken New York tot dé bestemming voor een leuke citytrip. De ANWB Extra reisgids New York biedt naast diverse routes door de stad en veel praktische tips over hotels en vervoer ook 15 inspirerende bezienswaardigheden die je tijdens je stedentrip niet mag missen. Ga 's avonds op stap in het hippe Meatpacking District, bezoek kunstmuseum MoMa en picknick in Central Park. Deze kleine reisgids past gemakkelijk in de handtas en heeft een handige uitneembare kaart met daarop de beste tips voor overnachten, winkelen, eten en drinken en uitgaan. ANWB Extra is de succesvolste reisgidsenserie van Nederland! Met al meer dan 5 miljoen gidsen, biedt deze serie een reisgids voor nagenoeg iedere denkbare bestemming


6) Een afgedane zaak – Patrik Ourednik – Satirische roman – Zirimiri Press
‘Een afgedane zaak’ laat zich lezen als een detectiveroman. Er vindt een reeks misdaden plaats rond een bejaardensoos in het postcommunistische Praag. Naarmate het verhaal vordert, wordt de lezer steeds meer verrast door de vorm van het relaas. In het nawoord beschrijft Jean Montenot dit boek als een 'metafysische thriller'. Er is sprake van een schaakspel tussen de auteur en de lezer. Zodra de lezer de intenties van de schrijver denkt te begrijpen, zijn alle stukken alweer verzet. Pasverworven zekerheden maken plaats voor alsmaar bredere vraagstukken: 'Is het mogelijk betekenis te geven aan alles wat zich voordoet in iemands bestaan?' De lezer zou zich zelfs ook kunnen afvragen: 'Wie is Jean Montenot eigenlijk?'
Een afgedane zaak is aan de andere kant een bijtende satire op de moderne Tsjechische maatschappij.


7) Ik was de vrouw van Escobar – Virginia Vallejo – Non-fictie over true crime – Xander
Nooit kwamen we zo dicht bij topcrimineel Escobar. Colombia, 1983. De slimme en beeldschone journaliste Virginia Vallejo wordt verliefd op een ambitieuze politicus. Hij is elegant, rijk, vrijgevig: de man van haar dromen. Zijn naam? Pablo Escobar. De twee beginnen een affaire tijdens de gloriedagen van de cocaïne-industrie. Er volgt een periode van glamour en geluk, maar ook van verdriet en schaamte. Want hoe houdt liefde stand in een omgeving vol geweld, corruptie en terreur? Na Escobars dood verandert Vallejo van een populaire socialite in een sociale paria. Ze wordt bedreigd door vijandige kartels en vlucht naar Amerika. Vallejo vertelt voor het eerst openlijk en intiem over haar onstuimige relatie met de drugskoning en geeft ons inzicht in een van de grootste criminele geesten van onze tijd.
Een onthullend, uniek en sensationeel ooggetuigenverslag


8) Israël tussen hoop en vrees – Salomon Bouman – Van socialistische pioniersgeest naar kapitalisme – AUP
Tijdens zijn langdurige correspondentschap in Israël zag journalist Salomon Bouman de Israëlische maatschappij een gedaanteverwisseling ondergaan. Van een sobere op socialistische leest gestoelde samenleving veranderde het land in een meer individualistische en kapitalistische maatschappij. Bovendien stak er uit religieuze hoek een rechts-nationalistische wind op. Bouman kreeg tijdens zijn journalistieke loopbaan begrip voor de Palestijnse kant in het conflict tussen Israël en de Palestijnen. Hij is van mening dat een democratisch Joods Israël alleen toekomst heeft naast een Palestijnse staat. Ook acht hij het van belang dat de Israëlische staat zich niet meer laat gezeggen door de Joodse orthodoxie. Hij pleit daarom voor een scheiding tussen staat en synagoge, vastgelegd in een grondwet, om de invloed van de orthodoxie via de politiek in te perken. In dit boek doet Salomon Bouman aan de hand van zijn persoonlijke ervaringen als correspondent in Israël (voor onder meer NRC-Handelsblad en De Standaard) verslag van de politieke geschiedenis van het land. Aan de hand van veelzeggende anekdotes voert hij de lezer niet alleen binnen in de Israëlische politieke wereld, maar ook in de persoonlijke leef- en gedachtewereld van gewone Israëli's en Palestijnen. In vogelvlucht tracht hij alle facetten in kaart te brengen van de complexe en veelbewogen Israëlische geschiedenis, zoals alleen een bevlogen journalist in hart en nieren dat kan.

9) Goede Hoop – Bas Kromhout – 400 jaar Nederland en Zuid-Afrika – Walburg Pers
Ga mee op reis door Zuid-Afrika en volg de sporen die Nederlanders in de afgelopen vierhonderd jaar hebben achtergelaten. Zet voet aan land met Jan van Riebeeck en ontmoet de Khoisan-bevolking. Beleef de tocht die ontdekkingsreiziger Robert Jacob Gordon maakte naar de onherbergzame Karoo. Trek met de broer van Piet Mondriaan mee ten strijde tegen het machtige Britse leger. Maar sta stil bij de apartheidspolitiek van Hendrik Verwoerd en het zwarte verzet. Dit boek laat u Zuid-Afrika zien door de ogen van de Nederlanders - en de Nederlanders door de ogen van Zuid-Afrikanen. Het vertelt hoe twee naties elkaar door de eeuwen heen hebben beïnvloed, ten goede en ten kwade. Goede Hoop is een reis- en geschiedenisboek in één. Het is gekoppeld aan de gelijknamige documentaireserie die de NTR in maart en april 2017 uitzendt op de nationale televisie. Het boek geeft verdieping aan de historische plekken die presentator Hans Goedkoop in Zuid-Afrika bezoekt. Bijvoorbeeld: * Kaapstad: VOC-fort en slavenloge * Stellenbosch en de wijnlanden * Oostkaap, het land van Gordon * Graf van Saartjie Baartman, de 'Hottentot-Venus' * Oranje-Vrijstaat * Slagvelden van de Boerenoorlog * Pretoria, stad van Kruger en apartheid * Sophiatown en Soweto Dit boek geeft inspiratie voor uw eigen bezoek aan Zuid-Afrika, maar u kunt zich ook vanuit de luie stoel mee op ontdekkingstocht laten nemen.

U reist door een land én door de tijd. U leest over de fascinerende en turbulente geschiedenis van Zuid-Afrika, en de rol die Nederlanders hebben gespeeld. Onderweg worden vragen beantwoord zoals: * Was van Riebeeck een handelsman of indringer? * Waar komen de Kleurlingen vandaan? * Wie waren 'Krugers Hollanders'? * Is apartheid een Nederlandse uitvinding? * Waren alle Nederlanders voor het ANC? ‘Goede Hoop’ is helder geschreven en prachtig geïllustreerd met een ruime hoeveelheid historische afbeeldingen en eigentijdse foto's. Een boek om in één keer uit te lezen of heerlijk in te grasduinen

10) Over grenzen – Evert van der Zweerde – Een filosoof in den vreemde – Wilde Raven
Of ze nu door een liniaaltje getrokken zijn of door het landschap kronkelen, grenzen zijn mensenwerk en ze doorsnijden een net zo menselijke wereld. Deze grenzen zijn voor mensen met een EU-paspoort zelden een probleem, terwijl ze voor veel wereldbewoners onoverkomelijke barrières vormen. Deze observatie vormt het vertrekpunt van de politiek-filosofische reisverhalen van Evert van der Zweerde, die met Over grenzen in de voetsporen treedt van Geert Mak, Jelle Brandt Corstius en Adriaan van Dis. Naast politieke grenzen spelen ook culturele, taalkundige, historische en morele grenzen een belangrijke rol op het wereldtoneel. Blijkbaar hebben mensen grenzen nodig om zichzelf en anderen te begrijpen. Die grenzen geven voortdurend aanleiding tot strijd en onbegrip - maar ook tot verwondering en verlangen. Dat geldt eens te meer voor de grenzen in onszelf.
Van een ontmoeting met een heuse president gaat Van der Zweerde naar de raciale spanningen in Zuid-Afrikaanse townships; van de Macedonische obsessie met Alexander de Grote naar de Japanse bezeten netheid en beleefdheid. Hij voert gesprekken met inheemse inwoners van Brazilië over democratie en volgt Arabische lessen bij een Jordaanse feministe. Er is verwondering over de twee Cubaanse munteenheden, een mede-treinreiziger die met revolvers zwaait en Babylonische spraakverwarring op het filosofisch wereldcongres in Athene. Over grenzen neemt je mee op een soms aangrijpende, vaak ronduit verbijsterende reis rond de wereld. Met zwierende pen vervlecht Evert van der Zweerde hilarische anekdotes, politiek-filosofische reflectie en diepgaande gesprekken met lokale bewoners en politici. Hij biedt scherpe analyses van ideologische tegenstellingen en beschrijft de verscheidenheid aan culturen en mensen. Maar altijd komt hij terug op zijn centrale thema: wat hebben 'we' wereldwijd gemeen, en wat verdeelt ons?