15-05-2018
De verhuizing van Bibliotheek Papendrecht krijgt na de festiviteiten op de dag daarvoor nog meer allure door een bij voorbaat boeiende lezing van de taalkundige Wim Daniëls. Op donderdag 24 mei organiseert de Culturele Raad Papendrecht in samenwerking met de Bibliotheek en het Wielercomité Papendrecht een avond die vooral gewijd is aan Daniëls’ onlangs verschenen ode aan het stalen ros: De taal van de fiets. Wij vroegen Piet Kaptein, bestuurslid van de CRP, woorden te wijden aan dit komende verbale gebeuren.
Piet Kaptein: ‘Van jongs af aan ben ik een liefhebber van de fiets. Zo peddelde ik naar Lagere School, HBS en Kweekschool. Zo trapte ik met vrienden vakantiekilometers weg in Brabant, Limburg en Gelderland. Zo fietste ik met zoon Muel naar Verdun, met zoon Time van Delfzijl naar Antwerpen en met zoon Briam van Den Helder naar Vaals. Zo toerden wij als gezin vanuit onze vakantieboerderij in Veenoord door de dreven van Drenthe. Zo reden wij als echtpaar op de vouwfiets via knooppunten vanuit hotels in eigen land. Zo racete ik in mijn uppie door de bossen van Utrecht. Zo verpoosde ik op de e-bike met mijn eega in rustieke oorden van de Alblasserwaard. Het stalen ros mocht ik jaar en dag met veel min berijden. Daarnaast ben ik al decennia achtereen te vinden langs het parcours van de plaatselijke wielerronde, die dit jaar voor de 65ste keer in Papendrecht verreden wordt. Ook volg ik elk jaar weer de verrichtingen in de Tour de France, die ik met gezin live mocht aanschouwen voor de finishstrepen in o.a. Avigon en Bordeaux en op het lege maanlandschap aan de top van de Mont Ventoux.
Het laatste brengt mij op een gedicht uit 1974 van Jan Kal. Het gaat aldus:
Mont Ventoux
Dichten is fietsen op de Mont Ventoux,
waar Tommy Simpson nog is overleden.
Onder zo tragiese omstandigheden
werd hier de wereldkampioen doodmoe.
Op deze col zijn velen losgereden,
eerste categorie, sindsdien tabu.
Het ruikt naar dennegeur, Sunsilk Shampoo, die je wel nodig hebt, eenmaal beneden.
Alles is onuitsprekelijk vermoeiend,
de Mont Ventoux opfietsen wel heel erg,
waarvoor ook geldt: bezint eer gij begint.
Toch haal ik, ook al is de hitte schroeiend, de top van deze kaalgeslagen berg:
ijdelheid en het najagen van wind.
Dit klassieke sonnet van Jan Kal kent als eerste betekenislaag het beklimmen van de tweeduizend hoge Mont des Ventes (windberg), wat in
1967 fataal werd voor de Engelse renner Tommy Simpson vanwege stimulantia. Lange tijd werd de berg daarom niet in het parcours van de Tour opgenomen, want die was ‘sindsdien tabu’. De tweede laag wordt manifest door het begin van het gedicht: fietsen is wel het beeld maar het gaat primair om het maken van gedichten. Een derde laag traceren wij in de verwijzing naar het Bijbelboek Prediker met ‘Alles is ijdelheid en najagen van wind’. U kunt wellicht zich mijn vraag voorstellen of Wim Daniëls in zijn jongste publicatie Kals gedicht ook noemt. Ik ken dus de inhoud van Daniëls’ bundel De taal van de fiets nog niet en derhalve zie ik met u reikhalzend uit naar de avond van 24 mei, die op de nieuwe locatie van Bibliotheek Papendrecht aan Veerweg 135 om 20.00 uur van start gaat. Om u toch in de sfeer van het nieuwe boek te brengen, reik ik u de tekst van uitgever Brooklyn op de omslag aan: ‘Liefdesverklaring aan het stalen ros. De fiets; van alle vervoermiddelen die er ooit zijn uitgevonden is de fiets de meest heilzame, voor mens en milieu. Een frame, twee wielen, een stuur, trappers, een ketting en een zadel, dat is het wel zo ongeveer. Maar de samenvoeging daarvan kan mensen in vervoering brengen, zoals Stijn Streuvels, die in 1915 in Mijn rijwiel schreef: "Iets dat men zou willen liefkozen, strelen, meenemen naar bed, om er nooit van gescheiden te zijn en het altijd, zelfs 's nachts te kunnen bekijken!'
Over de liefde voor de fiets en het genoegen van het fietsen vertelde Wim Daniëls regelmatig op radio en tv. Nu is er dan het boek, dat veel mooie verhalen en anekdotes bevat. Bijvoorbeeld over hoezeer mensen hun fiets kunnen koesteren, zoals oud-wielrenner Koos Moerenhout die zes fietsen heeft waar hij nooit meer op fietst, maar die hij toch nooit weg zal doen en waarvan hij geregeld nog de banden oppompt om ze in ere te houden. En over Robert Penn, die de hele wereld over reisde om de beste onderdelen voor zijn droomfiets te laten maken, en zoals Wim Daniëls zelf, die maar geen afscheid kan nemen van de fiets waarop zijn zoon, inmiddels 30, ooit leerde fietsen.’
Tijdens mijn studie Nederlands werd ons verteld dat het woord fiets drie etymologische verklaringen kent. De Wageningse wagenmaker Elle Cornelis Viets zou rond 1880 de naamgever zijn, of het gaat om een verbastering van het Franse vélocipède, of het is een leenwoord uit een Limburgs dialect waarin vietse voor hard lopen staat. Wat mij nu bezighoudt is de vraag voor welke zienswijze Wim Daniëls gaat. U en ik kunnen dat gaan horen. De zaal van de bieb gaat om 19.30 uur open en kaartjes zijn de komende dagen aan de balie voor vijf euro te verkrijgen.’
